dinsdag 15 november 2011

Behoort Bismi Allahi alrrahmani alrraheemi tot het hoofdstuk al-Fatihah?

Salam alaikom wa rahmatulahi wa barakatuh,

De titel van deze blog is een vraagstuk die regelmatig gevraagd word en waar de geleerden van mening over verschillen. En ook ik vroeg mij dit af, want de ene keer hoor je de imam hem hardop reciteren en de andere keer hoor je een imam dit niet hardop reciteren.
Sommige van hen (de geleerden) zijn van mening dat het een vers van hoofdstuk Al-Fatihah is, dat men dit vers hardop dien te reciteren in het luide gebed en dat het gebed enkel correct is wanneer men dit vers reciteert. Anderen zijn van mening dat dit vers niet tot hoofdstuk al-Fatihah behoort, maar dat het als een afzonderlijk vers uit het Boek van Allah subhana wa ta3ala is. Deze opinie is de juiste, want het bewijs en de samenhang van het hoofdstuk wijzen hierop.

Wat het bewijs betreft, dat is de overlevering van Aboe Hoerayrah (moge Allah subhana wa ta3ala tevreden met hem zijn) dat de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei:

'Allah subhana wa ta3ala heeft gezegd: 'Ik heb het gebed (d.w.z. hoofdstuk al-Fatihah) in tweeën verdeeld tussen Mij en Mijn dienaar en Mijn dienaar zal datgene krijgen wat hij vraagt.' Wanneer de dienaar zegt: 'Alle lof komt toe aan Allah, de Heer der Werelden', zegt Allah subhana wa ta3ala: 'Mijn dienaar heeft Mij geprezen.' Wanneer de dienaar zegt: 'De Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle', zegt Allah subhana wa ta3ala: 'Mijn dienaar heeft Mij geroemd.' Wanneer de dienaar zegt: 'De Bezitter van de Dag van de Afrekening', zegt Allah: 'Mijn dienaar heeft Mij verheerlijkt.'Wanneer de dienaar zegt: U alleen aanbidden wij en U alleen vragen wij om hulp', zegt Allah: 'Dit is tussen Mij en Mijn dienaar en Mijn dienaar zal datgene krijgen wat hij vraagt.' Wanneer de dienaar zegt: 'Leid ons op het rechte pad. Het pad van degenen die U begunstigd heeft, niet van degenen op wie de Woede rust, noch dat van de van de dwalenden',  zegt Allah: 'Dit is voor Mijn dienaar en Mijn dienaar zal datgene krijgen wat hij vraagt.' Dit is een authentieke overlevering. Zie Sahieh Moeslim (395).


Dit is een bewijs dat het vers: 'In de Naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle' niet tot hoofdstuk al-Fatihah behoort, omdat het niet in deze overlevering genoemd werd. Verder is er authentiek van Anas ibn Maalik (moge Allah subhana wa ta3ala tevreden met hem zijn) overgeleverd dat hij zei:

'Ik heb gebeden achter de Profeet (vrede zij met hem), Aboe Bakr, 'Oemar en 'Oethmaan. Zij waren gewoon om hun recitatie te beginnen met 'Alle lof komt toe aan Allah, de Heer der Werelden' en zij zeiden niet 'In Naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle', niet in het begin van de recitaite, noch aan het einde ervan.' Dit is een authentieke overlevering. Zie Sahieh Moeslim (399).


Dat wil zeggen dat zij dit vers niet hardop reciteerden. Het feit dat zij hoofdstuk al-Fatihah hardop reciteerden zonder vermelding van het vers: 'In de Naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle', wijst erop dat dit vers niet tot hoofdstuk al-Fatihah behoort.

Wa alaikom salam wa rahmatulahi wa barakatuh

Geen opmerkingen:

Een reactie posten