vrijdag 20 januari 2012

Aboe Oebaidah ibn Al-Djarrah

Salam alaikom wa rahmatulahi wa barakatuh,

Hierbij mijn nieuwe blog, het verhaal va de Sahaba Aboe Oebaidah ibn Al-Djarrah:

Zijn verschijning was opvallend. Hij was lang en slank. Zijn gezicht was helder en hij had een heel dunne baard. He was aangenaam om naar hem te kijken en het was fijn om hem te ontmoeten. Hij was uitermate beleefd en bescheiden en nogal verlegen. Tegelijk kon hij in een moeilijke situatie opvallend serieus en alert zijn, zo ernstig en scherp als het lemmet van een zwaard.

Hij werd beschreven als de “Amien” of de bewaker van Mohammeds sallallahu alaihi wa sallam gemeenschap. Zijn volledige naam was Amier ibn Abdoellah ibn Al-Djarrah. Hij was bekend onder de naam Aboe Oebaidah (vader van Oebaidah).

Over hem zei Abdoellah ibn Oemar, een van de metgezellen van de Profeet sallallahu alaihi wa sallam: “Drie personen in de stam van de Qoeraisj waren het meest vooraanstaand, hadden het beste karakter en waren het meest bescheiden. Als ze tegen je spraken dan zouden ze je niet bedriegen, en als je tegen hen sprak zouden ze je niet van leugens betichten: Aboe bakr Ash-shiddieq, Oethman ibn Affaan en Aboe Oebaidah ibn Al-Djarrah.”

Aboe Oebaidah was één van de eerste personen die de islam aannam. Hij werd een dag na Aboe Bakr moslim. Het was zelfs mede door Aboe bakr dat hij moslim werd. Aboe bakr nam hem, Abdoer Rahman ibn Auf, Oethman ibn Maz’un en al arqam ibn Abi al Arqam mee naar de Profeet sallallahu alaihi wa sallam, en tezamen verklaarden zij de aanvaarding van de waarheid. Zij waren dus de eerste pilaren waarop de grote Islamitische waarheid werd gebouwd.

Aboe Oebaidah doorstond van het begin tot het einde de harde ervaringen die de moslims in Mekkah ondergingen. Met de vroegste moslims doorstond hij de beledigingen en het geweld, de pijn en het leed van die tijd. In elke beproeving en bij elke test bleef hij standvastig en vastberaden in zijn overtuiging van Allah subhana wa ta3ala en zijn Profeet sallallahu alaihi wa sallam.

Eén va de meest aangrijpende momenten die hij meemaakte was tijdens de slag bij Badr.

Aboe Oebaidah was in de voorhoede van de islamitische strijdkrachten, vechtend met alle kracht en macht die hij bezat en met geen enkele angst voor de dood. De ruiters van de Qoeraisj waren extreem voorzichtig met hem en vermeden elke kans om oog in oog met hem te staan. Er was echter een man die Aboe Oebaidah continu achtervolgde waar hij ook ging, terwijl aboe Oebaidah steeds zijn best deed een confrontatie met hem te vermijden.

De man stortte zich in de aanval. Aboe Oebaidah probeerde wanhopig om hem uit de weg te gaan. Uiteindelijk slaagde de man erin Aboe Oebaidahs pad te kruisen en stond als een barriére tussen hem en de Qoeraisj in. Ze stonden tegenover elkaar. Aboe Oebaidah kon zich niet langer bedwingen. Hij maakte een slag langs het hoofd van de man. De man viel op de grond en stierf onmiddellijk. Probeer niet te raden wie deze man was. Het was, zoals eerder vermeld, één van de meest aangrijpende momenten die Aboe Oebaidah meemaakte. Haast onmogelijk om je voor te stellen. De man was Abdoellah ibn Al-Djarrah, de vader van Aboe Oebaidah!

Aboe Oebaidah wilde uiteraard zijn vader niet doden, maar tijdens de strijd tussen het geloof in Allah subhana wa ta3ala en polytheïsme was zijn keuze enorm zwaar en tegelijk helder en duidelijk. Je zou kunnen zeggen dat hij niet zijn vader maar het polytheïsme in zijn vader heeft gedood.

Over deze gebeurtenis openbaarde Allah subhana wa ta3ala het volgende vers van de Qu’ran:

Jij zal geen volk vinden dat in Allah en de Laatste Dag gelooft en vriendschap sluit met degenen die tegen Allah en zijn boodschapper zijn, zelfs als het hun vaders, of hun zonen, of hun broeders, of hun verwanten waren. Voor zulken heeft Hij geloof in hun harten geschreven, en het met ware leiding verstrekt van Hemzelf. En wij zullen hen naar de tuinen verwijzen waar rivieren onderdoor stromen, om daarin (voor altijd) te verblijven. Allah is tevreden met hen en zij met Hem. Zij zijn de groep van Allah. Waarlijk, het is de groep van Allah die zal slagen. (Al-Moedjaadilah 58:22)

De reactie van Aboe Oebaidah bij badr toen hij geconfronteerd werd met zijn vader was niet onverwacht. Hij had een sterk geloof in Allah subhana wa ta3ala bereikt, een enorme toewijding aan zijn religie en was op een hoog niveau betrokken bij de oemmah van Mohammed sallallahu alaihi wa sallam op een manier waar velen naar streefden.

Door Mohammed ibn Dja’far, ook één van de metgezellen van de Profeet sallallahu alaihi wa sallam, werd overleverd dat er een christelijke delegatie naar de Profeet sallallahu alaihi wa sallam kwam en zei: “O Aboe al-Qasim, zend één van jou metgezellen met ons, één waarin je welbehagen hebt, om te oordelen tussen ons over enkele kwesties over bezittingen waarover wij het oneens zijn. Ik beschouw de moslims hoog in aanzien.”

            “Kom in de avond terug,” zei de Profeet sallallahu alaihi wa sallam, “En ik zal je er één sturen die sterk en betrouwbaar is.”

Oemar ibn al Khathab hoorde dit de Profeet sallallahu alaihi wa sallam zeggen en zei later:

            “ik ging vroeg naar het dohr (middag)gebed hopende dat ik aan de beschrijving beantwoordde. De Profeet sallallahu alaihi wa sallam was klaar met het gebed, en hij keek rechts van hem en links van hem en ik ging reschtop zitten zodat hij mij zou zien. Maar hij keek verder tot hij Aboe Oebaidah ibn Al-Djarrah zag. Hij sallallahu alaihi wa sallam riep hem en zei: ‘Ga met hen mee en oordeel over hen in de waarheid over datgene waarover zij twisten.’” En zo kreeg Aboe Oebaidah de taak.

Aboe Oebaidah was niet alleen betrouwbaar. Hij toonde een enorme kracht in het vervullen van het vertrouwen dat hij kreeg. Deze kracht komt in diverse situaties tot uiting.

Op een dag zond de Profeet sallallahu alaihi wa sallam een aantal mannen van zijn Sahabah om een karavaan van de Qoeraisj te ontmoeten. Hij wees aboe Oebaidah aan als amier (leider) van de groep en gaf hen alleen een zak met dadels als provisie mee. Aboe Oebaidah gaf elke man onder hem elke dag maar één dadel. Hij zoog deze op zoals een kind zuigt aan de borst van zijn moeder. Daarna dronk hij wat water en hiermee had hij voldoende voor de hele dag.

Op de dag van Oehoed toen de moslims werden verdreven, riep één van de moesjrikoen: “Toon mij Mohammed, toon mij Mohammed.” Aboe Oebaidah was één van de tien moslims die de Profeet sallallahu alaihi wa sallam hadden omcirkeld om hem tegen se speren van de moesjrikoen te beschermen.

Toen het gevecht voorbij was bleek één van de kiezen van de Profeet sallallahu alaihi wa sallam gebroken te zijn, zijn voorhoofd was bezeerd en twee scherven van zijn schild waren de huid in zijn wangen binnengedrongen. Aboe Bakr snelde naar hemsallallahu alaihi wa sallam toe om de scherven eruit  te trekken maar aboe oebaidah zei: “Alsjeblieft, laat mij dat doen.”

Aboe Oebaidah was bang dat hij de Profeet sallallahu alaihi wa sallam pijn zou doen wanneer hij dit met zijn handen deed. Hij beet hard in een van de scherven. Het kwam los maar één van zijn hoektanden kwam hierbij los en viel op de grond. Met zijn andere hoektand haalde hij ook de andere scherf los maar verloor ook die tand, Aboe Bakr mertke op: Aboe Oebaidah is de beste van de mannen met het breken van zijn hoektanden!”

Aboe Oebaidah was altijd volledig betrokken bij all belangrijke gebeurtenissen tijdens het leven van de Profeet sallallahu alaihi wa sallam. Nadat de geliefde Profeet sallallahu alaihi wa sallam was overleden, moesten de metgezellen een opvolger kiezenbij de Saqifah of ontmoetingsplaats van de Banoe Sa’adah. Die dag wordt in de geschiedenisbeschreven als de dag van Saqifah. Op die dag zei Oemar ibn al Khattab tegen Aboe Oebaidah: “Strek je hand uit en ik zal trouw zweren aan jou want ik heb de Profeet sallallahu alaihi wa sallam horen zeggen: ‘Elke oemmah heeft zijn Amin (bewaker)’ en jij bent de bewaker van deze oemmah.”

“Ik zou mijzelf nooit,” zei Aboe Oebaidah, “voor een man plaatsen waavan de Profeet sallallahu alaihi wa sallam hem heeft bevolen in het gebed voor te gaan en die ons altijd recht geleid heeft tot aan de dood van de Profeet sallallahu alaihi wa sallam. Toen legden zij allen de Baj’ah (eed van trouw) aan Aboe Bakr As-Siddieq af. Hij bleef een trouwe adviseur voor Aboe Bakr en was een sterke steun voor de zaak van de waarheid en het goede. Toen kwam het kalifaat van oemar en ook hem ondersteunde Aboe Oebaidah en was hem trouw. Hij gehoorzaamde hem in alles, behalve in één situatie.

Het voorval vond plaats toen Aboe Oebaidah in Syrië was om moslimtroepen van overwinning naar overwinning te leiden, totdat Syrië onder het moslimregime stond. De rivier Eufraat lag rechts van hem en Klein Azië links. Op dat moment brak de pest in Syrië uit, zo heftig als de mensen nooit eerser hadden meegemaakt. Het vernietigde het volk. Oemar zond een boodschapper naar Aboe oebaidah met een brief waarin hij schreef:

            “Ik heb je met spoed hier nodig. Als mijn brief jou in de nacht bereikt dan verzoek ik je dringend om voor zonsopgang te vertrekken. Als deze brief jou overdag bereikt verzoek ik je dringend om te vertrekken voor de avond valt. Kom zo snel mogelijk naar mij.”

Toen Aboe Oebaidah Oemars brief ontving, zei hij: “Ik weet waarom de Amier al Moeminien mij nodig heb. Hij wil iemand beschermen terwijl ook die persoon het eeuwige leven niet bezit.” Dus schreef hij aan Oemar: “ik weet dat je me nodig hebt. Maar ik leid een leger van moslims en heb geen behoeft om mijzelf te beschermen tegen hetgeen hen teistert. Ik wens mij niet van hen te scheiden tot Allah subhana wa ta3ala het wil. Dus wanneer deze brief jou bereikt, stel mij dan vrij van jou bevel en sta mij toe hier te blijven.”

Toen Oemar dee brief ontving, vulden zijn ogen zich met tranen en degenen die met hem waren vroegen: “Is Aboe Oebaidah overledetn o Amier al moeminien?”

            “Nee,” zei hij, “maar de dood is hem nabij.”

De intentie van Oemar was niet verkeerd. Kort daarna kreeg Aboe oebaidah ook de pest en toen de dood hem onder ogen kwam, sprak hij tot zijn leger: “laat mij jullie advies geven wat jullie altijd op het goede pad zal houden. Verricht het gebed, vast in Ramadan, geef aalmoezen, verricht de Hadj en Oemrah, blijf een Oemmah en help elkaar. Wees oprecht tegen jullie leiders en onthoud hen niets. Laat de wereld het niet toe jou te vernietigen want zelfs al zou een mens duizend jaar leven, uiteindelijk komt het toch op zijn geloof aan zoals je aan mij kunt zien. Vrede zij met jullie allen en de genade van Allah subhan wa ta3ala.”

Aboe Oebaidah keerde zich naar Moe’ad ibn Djabal en zei: “O Moe’ad, verricht het gebed met de mensen (wees hun leider).” Op dat moment verliet zijn ziel zijn lichaam.

Moe’ad stond op en zei: “O mensen, wij zijn getroffen dooor de dood van een man. Bij Allah subhana wa ta3ala, ik denk niet dat ik ooit een man heb gezien die rechtschapener was, verder was verwijderd van het kwade en die oprechter was tegen de mensen dan hij. Vraag Allah subhana wa ta3ala om hem te overspoelen met Zijn genade en om genadevol met ons te zijn.” 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten